naar aanleiding van V-dag
Het vergeten radarcentrum onder de velden van Bieshoop en Terlinden
Vandaag is er bijna niets meer van te zien. Een eenzame bunker, een paar oneffenheden in het landschap, wat verhalen van oudere inwoners, en hier en daar geruchten over dichtgestorte bunkers onder de akkers. Toch bevond zich tussen Bieshoop en Terlinden tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke Duitse radarstelling: Blindschleiche, onderdeel van het Luftwaffe-netwerk voor nachtjacht en luchtverdediging.

Dat veel mensen vandaag nauwelijks nog weten waar de site precies lag, is eigenlijk niet zo verrassend. Een Duitse radarbasis moest van bij het ontwerp een zo laag mogelijk profiel hebben. Volgens Luftwaffe-richtlijnen moesten radarstellingen zoveel mogelijk opgaan in het landschap: gebouwen werden deels ingegraven, betonnen constructies afgedekt met aarde, en installaties gecamoufleerd met netten en begroeiing. Vanuit de lucht mochten ze nauwelijks herkenbaar zijn.
Een Duitse richtlijn uit L.Dv. 400/8 (1944) beschreef dat expliciet:
“Funkmeß-Stellungen sind so anzulegen, daß die Geräte freien Horizont besitzen, jedoch gegen Boden- und Luftaufklärung weitgehend getarnt sind. Massive Betonbauten sind mit Erdauftrag zu versehen, um Form und Schattenwirkung zu brechen.”
Of vertaald:
“Radarstellingen moeten zodanig worden ingericht dat de toestellen een vrije horizon hebben, maar tegen waarneming vanaf de grond en uit de lucht zoveel mogelijk gecamoufleerd zijn. Massieve betonnen constructies dienen met een aarddekking te worden voorzien om vorm en schaduwwerking te breken.”
Blindschleiche was dus letterlijk gebouwd om zo weinig mogelijk zichtbaar te zijn. Die logica verklaart waarom Blindschleiche vandaag nog maar nauwelijks leesbaar is in het landschap.
Een landschap dat verdween in lagen
Toen ik rond 1980 in de omgeving wandelde, waren er nog resten zichtbaar van minstens één betonnen sokkel van een Würzburg-Riese radar. Die fysieke sporen zijn inmiddels volledig verdwenen. Volgens lokale getuigen zouden nog bunkers aanwezig zijn, maar die liggen vandaag onder landbouwpercelen, ophogingen en latere stortlagen.

De bunkers waren voornamelijk in zware cementsteen, met platte daken in gewapend beton van 30cm, deels ingegraven met een aardebedekking van 20cm met natuurlijke begroeiing. De enige nog zichbare bunker bevatte een pompinstallatie en twee waterreservoirs.
Na de oorlog werd het terrein niet systematisch ontmanteld. De installaties waren grotendeels vernield en gedynamiteerd door de terugtrekkende Duitse soldaten. Zoals bij veel verlaten Duitse installaties werd Blindschleiche vervolgens grondig gestript door de lokale bevolking. Metalen onderdelen, kabels, hout, deuren en andere bruikbare materialen verdwenen in de jaren na 1944 vrijwel volledig van de site. Vooral koperkabels en metalen radaronderdelen hadden een aanzienlijke schrootwaarde.


Zoals op veel voormalige militaire sites gebeurde, evolueerde het gebied geleidelijk naar landbouwgebruik en later naar een stortplaats voor huishoudelijk en industrieel afval, onder meer van de verffabriek Sikkens. Daardoor ligt de site vandaag in een complexe situatie waarbij erfgoed, bodemverstoring en mogelijke vervuiling in elkaar overlopen. Dat roept onvermijdelijk de vraag op wie in zo’n geval verantwoordelijk zou zijn voor eventuele bodemsanering.
Waar lag Blindschleiche precies?
De radarbasis lag in het landbouwgebied tussen Bieshoop en Terlinden, ten noorden van de Terlindenstraat. Het kerngebied bevond zich tussen verschillende hoeves, veldwegen en spoorverbindingen.
Volgens verzetsrapporten waren onder meer betrokken:
- hoeve Wambeek (gehucht Sempst);
- hoeve Cortvriend;
- kasteel Terlinden.
De “hoeve Cortvriend” verwees waarschijnlijk naar de Withoeve in de huidige Terlindenstraat, waar vroeger de windmolen van Zemst stond. De “hoeve Wambeek” is onduidelijk maar verwees mogelijk naar een andere hoeve in Zemst nabij de grens met Wambeek (wellicht niet de huidige “Wambeekhoeve” in de Massestraat in Wambeek). Kasteel Terlinden is het huidige Hof Terlinden, Baron Liebaertstraat 7.
De locatiekeuze was typisch voor Luftwaffe-radarstellingen: een open horizon, voldoende afstand tot bewoning, logistieke bereikbaarheid en tegelijk geen directe nabijheid van een vliegveld.
Een bijzonder interessant onderdeel blijft de reconstructie van de precieze ligging van de site.
Mijn voornaamste bronnen voor de locatie zijn:
- een schets van de radarbasis zoals deze op 8 juli 1943 ontvingen werd door de ‘Service Marc’ van agent VN.H/10.
- een kaartje zonder bronvermelding op wikipedia dat de installaties schematisch aangeeft


De schets van het verzet was aanvankelijk moeilijk te interpreteren, omdat het Noorden niet duidelijk aangegeven is, en de huidige topologie is anders, waardoor ik de “ster” niet kon thuisbrengen. Pas toen ik de schets over een kaart uit 1940 legde werd de orientatie duidelijk (en blijkt hoe nauwkeurig de kaart geschetst was)


De schets bevat een veelheid aan informatie, niet enkel een grondplan met de locatie van de radars, maar tevens verschillende schetsen van de radars zelf, en een schets van het embleem op de voertuigen.
Analyse van de verzet-schets
De schets in het verzetsrapport van VN.H/10 kan opgesplitst worden in volgende delen:



- Grondplan met locatie van de radars (“écouteurs”)
- Schets van een soort Würzburg-radar
- Als het een Würzburg-Riese is met schotel van 7,5m diameter, is de cabine ongeveer 2,5m hoog, 3m breed en wellicht 6-7m diep, en staat op een 8 of 10 zijdige piramidale sokkel van ongeveer 2m hoog (dit in veronderstelling dat de proporties van de schets min of meer korrekt zijn)
- De bijkomende schets toont de radarschotel naar de hemel gericht, dit zou de “standby” positie van de WR kunnen uitbeelden
- Embleem “voitures”
- Het embleem van de Luftnachrichten met schildje “h” waarschijnlijk voor “Himmelbett”
Als we de schets op de situatiekaart plaatsen, zien we dat de Westelijke installatie overeenstemt met de “ecouteurs”, wellicht de WR radars die de meest opvallende apparatuur op de basis moet geweest zijn. De eenzame Noordelijke installatie (op de Boecht) moet de Peiler-antenne geweest zijn, geplaatst op het hoogste punt in de omgeving. De meest Oostelijke installatie kan dan bijna niets anders voorstellen dan een dubbele Freya radar.

De inplanting van de basis op een hedendaagse Google Maps ziet er dan ongeveer zo uit:

De naam “Blindschleiche”
De codenaam Blindschleiche betekent letterlijk hazelworm, een pootloze hagedis die op een slang lijkt. Dierennamen waren typisch voor Duitse radarstellingen.
Interessant is ook dat de eerste letter van zulke codenamen vaak verwees naar een nabijgelegen grote stad. De “B” van Blindschleiche verwijst vrijwel zeker naar Brussel (en dus niet naar Bieshoop), net zoals andere radarstellingen gelijkaardige naamconventies volgden.
Blindschleiche was officieel een:
- Funkmessstellung 2. Ordnung
- bemand door de 27. Flugmelde-Leit-Kompanie
- onderdeel van Luftnachrichten-Regiment 211
- later overgenomen in Ln.-Regiment 223
- maakte deel uit van het Himmelbett-systeem van de Kammhuberlinie.


Een radarbasis, geen vliegveld en ook geen “afluisterpost”
Twee hardnekkige misverstanden keren telkens terug in verhalen over Blindschleiche:
- dat het een vliegveld was;
- dat het een “afluisterinstallatie” was.
Beide ideeën zijn begrijpelijk, maar eigenlijk fout — of toch minstens misleidend.
Het verhaal van het “vliegveld”
Al tijdens de bouw in 1943 deden geruchten de ronde dat de Duitsers in Ternat een vliegveld aan het aanleggen waren. Een uitzonderlijk belangrijke bron daarvoor is het verzetsrapport van agent VN.H/10 aan Service Marc, gedateerd op 19 juli 1943.
Het rapport geeft een opmerkelijk gedetailleerde beschrijving van de eerste werkzaamheden op de site en wordt vandaag beschouwd als één van de belangrijkste primaire bronnen over Blindschleiche.
De originele tekst luidt:
“Te Ternat is spraak dat aldaar een vliegveld zal aangelegd worden, doch tot nogtoe bestaat geen zekerheid. Eerst sprak men van eene oppervlakte opgeëischt land van 8 Ha., dan van 80 Ha., wat heden nog gezegd wordt, doch in werkelijkheid zou het wel grooter kunnen zijn, gezien den omvang van de schets hierbij. Men is begonnen te werken op bedoeld terrein op 5/7. Er bevindt zich eene barak als bergplaats voor het allaam, betonmolen, hout, spoorwegmateriaal 0,60 m. breed en 400 Ton ciment, toegekomen in het station van Sint Martens Bodegem.
Bedoeld terrein is gelegen te Ternat, hoeve Wambeek te Ternat (gehucht Sempst), hoeve Cortvriend te Ternat (gehucht Terlinden) en kasteel Terlinden te Ternat (gehucht Terlinden). Er worden werken op uitgevoerd bestaande uit blokken beton zonder ijzer, van vorm en samenstelling zooals aangeduid op schets. Reeds 2 dergelijke zijn afgemaakt en bevinden zich op ongeveer 200m. van elkaar ten Oosten van de lijn gevormd door de kerktorens Ternat-Wambeek (zie schets). Op hoogtepunt 56 is ook iets in wording, doch dit kan nog niet worden nagegaan. (Persoonlijke waarnemingen)”
Het rapport is bijzonder interessant omdat het perfect toont hoe weinig duidelijkheid er in de zomer van 1943 bestond over de werkelijke functie van de site. Voor de lokale bevolking leek de omvang van de werken eerder op de aanleg van een vliegveld dan op een radarinstallatie.
Dat is begrijpelijk: enorme betonaanvoer, spoorwegmateriaal en grootschalige werken wekten die indruk. Toch zijn er geen sporen van startbanen, hangars of luchtvaartinfrastructuur gevonden. Duitse doctrine bevestigt bovendien expliciet dat een Himmelbett-stelling geen eigen vliegtuigen had, maar uitsluitend voor detectie en geleiding diende.
De vermelding van “blokken beton” op ongeveer 200 meter van elkaar past daarentegen opvallend goed bij de funderingen van twee Würzburg-Riese-radars.
Ook de enorme hoeveelheid cement — ongeveer 400 ton — is volledig consistent met een Duitse Funkmessstellung 2. Ordnung met zware radarinstallaties, bunkers en kabelinfrastructuur.
Bovendien bevestigen Duitse doctrinaire teksten expliciet dat een Himmelbett-radarstelling géén eigen vliegtuigen had:
“Eine Himmelbett-Stellung umfaßt Funkmeß, Auswertung und Jägerleitung. Eigene Flugzeuge sind der Stellung nicht zugeordnet; Führung erfolgt über Fernverbindungen.”
Vertaling:
“Een Himmelbett-stelling omvat radar, evaluatie en jagerleiding. Eigen vliegtuigen zijn niet aan de stelling toegewezen; geleiding gebeurt via externe verbindingen.”
Blindschleiche stuurde dus nachtjagers aan, maar die stegen elders op.
Dat sluit niet volledig uit dat er in de buurt mogelijk een tijdelijke grasstrook of noodlandingszone bestond. Elementen die daarvoor pleiten zijn de geruchten in verzetsrapporten, meldingen van verplaatsbare landingslichten, en vergelijkbare Luftwaffe-praktijken elders. Maar als zo’n zone bestaan heeft, dan was ze waarschijnlijk tijdelijk en buiten de eigenlijke radarbasis gelegen.
Het verhaal van de “afluisterinstallatie”
Ook de term “afluisterpost” duikt geregeld op in Belgische inventarissen en oude beschrijvingen. Dat is opnieuw begrijpelijk, maar technisch niet correct. De verwarring rond Blindschleiche als zogenaamde “afluisterinstallatie” kwam niet alleen door burgers of verzetsmensen. Ook binnen de Luftwaffe zelf liepen radar, radioverbindingen en elektronische onderschepping steeds meer door elkaar.
In het begin van de oorlog bestonden op papier nog vrij duidelijke verschillen:
| Term | Betekenis | Functie |
|---|---|---|
| Funkmessstellung | radarstelling | vliegtuigen detecteren en volgen |
| Funkaufklärung | radio-afluistering | vijandelijke communicatie onderscheppen |
| Leitstelle | controlecentrum | nachtjagers aansturen |
| Funkstelle | radioverbinding | communicatie en transmissie |
Maar vanaf 1941–1942 veranderde dat snel door de uitbouw van de Duitse nachtjacht.
Een typische Himmelbett-stelling combineerde namelijk:
- Freya-radars;
- Würzburg-radars;
- radioverbindingen;
- IFF-systemen;
- telefoon- en telexnetwerken;
- nachtjachtgeleiding;
- elektronische tegenmaatregelen.
Al die systemen vielen onder dezelfde tak van de Luftwaffe: de Luftnachrichten-Dienst. Daardoor ontstonden in de praktijk gemengde installaties waar:
- radaroperatoren letterlijk naar echo’s luisterden via hoofdtelefoons;
- radio-operatoren verbindingen onderhielden;
- technici storing en interferentie analyseerden;
- andere ploegen vijandelijke radiosignalen onderschepten.
Voor buitenstaanders zag dat allemaal hetzelfde uit: antennes, kabels, hoofdtelefoons en vreemde elektronische apparatuur.
Maar zelfs Duitse documenten begonnen tegen 1943–1944 steeds slordiger om te springen met de terminologie. In sommige rapporten werden radarposten, peilstations en luisterinstallaties bijna door elkaar gebruikt. Dat had veel te maken met de groeiende elektronische oorlog:
- Britse boordradar;
- jamming;
- Window (radarstoorstroken/chaff);
- radio-interceptie;
- nachtjachtgeleiding;
- IFF-systemen.
Die functies raakten technisch steeds sterker verweven.
Tegen het einde van de oorlog was de Luftnachrichten-Dienst uitgegroeid tot één grote elektromagnetische organisatie die radar, radio, interceptie, geleiding en communicatie combineerde. Dat verklaart waarom naoorlogse Belgische archieven termen zoals:
- “afluisterpost”;
- “afluisterinstallatie”;
- “radio-installatie”
vaak zonder onderscheid gebruikten voor sites zoals Blindschleiche.
Technisch gezien bleef Blindschleiche echter een Funkmessstellung: een radar- en geleidingsstation voor de Duitse nachtjacht.
Het Himmelbett-systeem boven België
Blindschleiche maakte deel uit van de zogenaamde Kammhuberlinie, het Duitse netwerk van radar- en controleposten voor nachtelijke luchtverdediging.
Een typische Himmelbett-cel combineerde:
- langeafstandsradar;
- doelvolgradar;
- radioverbindingen;
- telefoonlijnen;
- commandoposten;
- nachtjachtgeleiding.
Een Duitse richtlijn uit L.Dv. 273 beschreef dat systeem zeer duidelijk:
“Die Freya dient der frühzeitigen Erfassung des Luftziels. Nach Übergabe wird das Ziel durch Würzburg-Geräte einzeln erfaßt und verfolgt. Mehrere Würzburg-Stände innerhalb einer Stellung sind zur Sicherung der Zielverfolgung vorgesehen.”
Vertaling:
“De Freya dient voor de vroegtijdige detectie van het luchtdoel. Na overdracht wordt het doel afzonderlijk opgepikt en gevolgd door Würzburg-toestellen. Meerdere Würzburg-opstellingen binnen één stelling zijn voorzien om de doelvolging te verzekeren.”
Hoe Blindschleiche werkte
Om Blindschleiche echt te begrijpen, moet je eigenlijk het volledige Duitse Himmelbett-systeem begrijpen. Zo’n radarbasis werkte namelijk niet op zichzelf, maar als onderdeel van een enorme verdedigingsgordel die zich uitstrekte van Denemarken tot Frankrijk: de zogenaamde Kammhuberlinie.
De basisgedachte was relatief eenvoudig: een geallieerde bommenwerper werd eerst opgespoord, daarna gevolgd, en vervolgens een Duitse nachtjager naartoe geleid. Maar technisch was dat in 1941–1942 bijzonder complex.
De eerste generatie Himmelbett-cellen
De vroege Himmelbett-stellingen werkten met een combinatie van:
- één Freya-radar;
- twee Würzburg-radars;
- zoeklichten;
- radioverbindingen;
- een controlekamer met plotters en jachtleiders.
De werking verliep ongeveer als volgt:
1. Freya: vroege detectie
De Freya was de “zoekradar”.

Die had een groot bereik — vaak meer dan 100 kilometer — en detecteerde binnenvliegende bommenwerpers ruim op voorhand. De radar kon vrij goed richting en afstand bepalen, maar was veel minder nauwkeurig in hoogtebepaling.
2. Eerste Würzburg: het doel volgen
Zodra een bommenwerper door de Freya ontdekt werd, nam een eerste Würzburg-radar het doel over.

De Würzburg-Riese had een veel smaller en nauwkeuriger radarbeeld dan de Freya. Daardoor kon men:
- de exacte positie volgen;
- koers bepalen;
- en vooral de hoogte meten.
Dat was cruciaal, want een nachtjager moest niet alleen in de juiste richting vliegen, maar ook op de juiste hoogte terechtkomen.
3. Tweede Würzburg: de nachtjager volgen
De tweede Würzburg-radar volgde niet de bommenwerper, maar de Duitse nachtjager zelf. In de controlekamer werden vervolgens beide posities samen uitgezet op een grote plottafel (Auswertetisch of later Seeburg-Tisch).

Een jachtleider (Jägerleitoffizier) gaf daarna via radio instructies aan de piloot. Dat systeem was verrassend nauwkeurig, maar had één grote beperking: slechts één doel kon tegelijk begeleid worden per cel.
Dat betekende één gecontroleerde onderschepping per sector.
Toen de RAF later massale “bomber streams” begon te gebruiken — honderden bommenwerpers dicht op elkaar — begon het systeem overbelast te raken.
Zoeklichten en de “lichte nachtjacht”
In de vroege fase werkte het systeem nog sterk samen met zoeklichten. Een bommenwerper die door radar werd gevolgd, werd soms letterlijk door zoeklichten verlicht zodat de nachtjager hem visueel kon aanvallen. Dat noemde men Helle Nachtjagd (“lichte nachtjacht”).

Later verdwenen die zoeklichten steeds meer uit het systeem omdat:
- steden hun zoeklichten terug opeisten;
- de RAF steeds hoger vloog;
- en radar belangrijker werd dan visuele waarneming.
De grote evolutie: boordradar in nachtjagers
De echte revolutie kwam toen Duitse nachtjagers vanaf 1942 hun eigen boordradar kregen: de Lichtenstein-radar.

Tot dan moest een piloot bijna volledig vertrouwen op instructies van de grond. Met boordradar kon de nachtjager zelfstandig doelen zoeken en werd de rol van de grondstations meer ondersteunend. Dit liet de Himmelbett installaties toe om twee doelen tegelijk te volgen. Dat was een fundamentele evolutie in de Duitse nachtjacht.
Wat betekende dat voor Blindschleiche?
Blindschleiche werd gebouwd in 1943, precies in die overgangsperiode. Dat betekent dat de site waarschijnlijk werkte volgens een gemengd systeem:
- klassieke grondgeleiding via Freya en Würzburg;
- maar tegelijk ondersteuning van nachtjagers met eigen Lichtenstein-radar.
Het toont ook waarom zo’n site veel groter en technischer was dan de paar overblijvende betonresten vandaag doen vermoeden. Tussen de velden van Ternat stond ooit een klein stukje van de meest geavanceerde elektronische luchtverdediging van zijn tijd.
Hoe groot was de site?
Wat vandaag nog zichtbaar is, geeft waarschijnlijk een totaal verkeerd beeld van de oorspronkelijke omvang. Daarbij hoorde onder meer:
- twee Würzburg-Riese-radars
- waarschijnlijk twee Freya-radars
- een Y-Peil-antenne
- generatoren
- kabelnetwerken
- technische bunkers
- commandoruimtes
- verbindingsruimtes
- verblijfbarakken
- opslagplaatsen
- onderhoudsinstallaties
Een Funkmessstellung 2. Ordnung was geen kleine radarpost, maar een uitgebreid militair complex met vermoedelijk ongeveer 150 tot 200 manschappen:
- radartellers
- plotters (Luftlage)
- telefonisten
- radiotechnici
- onderhoud en bewaking
De grote personeelssterkte kwam vooral door de continue 24-uurswerking.
Uitrusting
De Würzburg-Riese-radars (FuMG 65)
De meest opvallende installaties waren vrijwel zeker twee Würzburg-Riese-radars.
| Kenmerk | Gegevens |
|---|---|
| Schoteldiameter | 7,4–7,5 meter |
| Golflengte | ±53 cm |
| Gewicht antenne + sokkel | >10 ton |
| Bereik | 35–40 km |
| Functie | precisietracking van vliegtuigen |
Die enorme schotels stonden op zware betonnen sokkels. Minstens één van die sokkels was rond 1980 nog gedeeltelijk zichtbaar. Vandaag lijkt daar niets meer van over te blijven.
De Freya-radar
Naast de Würzburg-installaties had Blindschleiche vrijwel zeker ook één of twee Freya-radars (rechthoekige dipool-array) voor vroegtijdige detectie.
| Kenmerk | Gegevens |
|---|---|
| Bereik | 100–120 km |
| Golflengte | ~1,2 m |
| Functie | vroege detectie van bommenwerpers |
Volgens Luftwaffe-richtlijnen werd zo’n radar vaak wat verder van de hoofdsite geplaatst en sterk gecamoufleerd.
De Y-peilantenne “op de Boecht”
Een vaak vergeten maar belangrijk onderdeel van Blindschleiche was vermoedelijk de zogenaamde Y-peilantenne.

Bronnen vermelden dat zich:
“…op de Boecht ten noorden van de spoorlijn Y-peilantennes bevonden.”
Die maakten deel uit van het Y-Verfahren (Heinrich‑Peiler), een radiogeleidingssysteem voor nachtjagers.
Hun functie:
- afstandsbepaling tussen grondstation en vliegtuig;
- zeer nauwkeurige jagergeleiding;
- ondersteuning van zogenaamde Ein-Mann-Jagd.
Techniek:
- Hoge mastantenne (20–30 m)
- Aangesloten via ondergrondse kabels
- Altijd buiten het kernkamp geplaatst
Volgens Duitse richtlijnen moesten zulke antennes bewust buiten de eigenlijke kampzone geplaatst worden:
“Die Y-Peilanlage ist außerhalb des eigentlichen Lagerbereiches aufzustellen.”
Vertaling:
“De Y-peilinstallatie dient buiten de eigenlijke kampzone te worden opgesteld.”
Dat verklaart perfect waarom dergelijke antennes niet rechtstreeks binnen het kernterrein teruggevonden worden.
Camouflage en beveiliging
Blindschleiche was duidelijk ontworpen om zo weinig mogelijk op te vallen. De gebouwen waren deels ingegraven, bedekt met aarde, en gecamoufleerd met netten en later begroeiing. Ook de beveiliging bleef relatief discreet. Volgens Luftwaffe-richtlijnen gebeurde bewaking meestal via patrouilles, eenvoudige draadversperringen en tijdelijke wachtposten. Niet via grote wachttorens.
Een Duitse richtlijn vermeldde expliciet:
“Wachtürme sind nur bei besonders gefährdeten Küstenstellungen erforderlich.”
Of:
“Wachttorens zijn alleen vereist bij bijzonder kwetsbare kuststellingen.”
Dat verklaart waarom er in Ternat geen aanwijzingen zijn voor zware permanente bewakingstorens.
Ondergrondse resten en archeologische waarde
Vandaag is de site grotendeels verdwenen, maar onder de grond kunnen nog steeds funderingen, kabeltracés, bunkers en radarsokkels aanwezig zijn. Door landbouw, nivellering en afvalstorting is het terrein echter sterk verstoord geraakt. Dat maakt Blindschleiche tegelijk een archeologisch waardevolle site en een complexe bodemlocatie.
Slot
Blindschleiche was geen vliegveld en geen afluisterpost, maar een technisch geavanceerde radar- en jachtgeleidingsinstallatie binnen de Duitse Kammhuberlinie. Wat vandaag verdwenen lijkt, was ooit een cruciaal onderdeel van een Europees luchtverdedigingsnetwerk.
Onder de velden van Ternat ligt waarschijnlijk nog altijd een stille laag van die geschiedenis — onzichtbaar, maar niet verdwenen.

